Teaser

10 mei 1940– Woltersum, provincie Groningen

Ze waren nog maar met twee.

Graver en Snelschot waren die ochtend in Nieuwolda al gevallen. De enige twee van de vechters daar die het niet overleefden, omdat ze de aftocht gedekt hadden. De mensen waarmee ze daar gevochten hadden, hadden ze al ver achter zich gelaten.

Glass Canon lag vlak achter ze, in een greppel, het bloed nog warm. Neergeschoten door de eerste Duitser die de brug over had weten te komen. De man lag nog steeds te kermen, nog geen 10 stappen voorbij de brug.

De enige reden dat er nog twee leden van pack Sapper stonden was de onverwachte versterking, die de brug weer teruggewonnen had.

‘Terugtrekken? Hoezo terugtrekken? Met jullie hulp houden we ze nog uren aan de andere kant van het kanaal! Hier, we hebben nog genoeg geweren voor jullie, en…’

De plotselinge stomp in zijn maag ontnam hem zijn lucht en woorden, en zijn packmate hield wijselijk zijn mond.

‘Terugtrekken, zei ik, Cliath. Wat maakt het ons uit welke mensen deze brug hebben? Wij hebben grotere problemen. Dus terugtrekken. Nu.’

Maar Kabeltrekker, een jonge Ahroun, was niet van plan zich zo makkelijk gewonnen te geven. ‘Er zitten Spirals daar, ik weet het zeker! We kunnen ze niet zomaar naar de Cearn laten komen, dat zou tegen de Litany zijn!’

De agressor, een kop grotere Fostern, gromde met ontblote tanden, en instinctief stapte Kabeltrekker en zijn packgenoot naar achter.

Een jonge vrouw legt een hand op de arm van haar packgenoot, kijkend naar de restanten van pack Sapper. ‘Luister, Kabeltrekker, ik weet de details niet, maar er is iets aan de hand dat groter is dan de gevechten tussen mensen. De geruchten gaan dat het allemaal om Rotterdam draait… De Koning verzamelt het Sept. Dus laat deze stomme brug achter, en kom mee. Nu.’